Oefeningen: schriftelijk examen tijdens de examenperiode (grammatica, woordenschat, uitdrukkingen, schrijfopdracht, luistervaardigheid, afkortingen) en permanente evaluatie 2 oefentoetsen (eind december en eind maart) De leerstof bestaat uit: - Alle grammaticale oefeningen uit de les - Alle woordenschat uit de teksten en oefeningen, en woordenschat die tijdens de les wordt gegeven. - Uitdrukkingen (boek) - Hoofdtijden en afkortingen (zie lijst PAZ) - Luisterfragmenten
Streefniveau B1
Algemeen linguïstisch bereik
Beschikt over een voldoende breed scala van taal om onvoorspelbare situaties te beschrijven, met redelijke nauwkeurigheid de hoofdpunten van een idee of probleem uit te leggen en gedachten onder woorden te brengen over abstracte of culturele onderwerpen zoals muziek en films. Beschikt over genoeg taal om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby´s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteiten, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en soms zelfs tot problemen met formuleren leiden.
Grammatica
Communiceert redelijk correct in vertrouwde omstandigheden; vertoont over het algemeen een goede grammaticale beheersing maar met merkbare invloed vanuit de moedertaal. Fouten komen voor, maar het is altijd duidelijk wat hij of zij probeert uit te drukken. Maakt met een redelijke mate van nauwkeurigheid gebruik van een repertoire van veelgebruikte ‘routines’ en patronen die bekend zijn van meer voorspelbare situaties.
Woordenschat
Goede beheersing van elementaire woordenschat. Beschikt over voldoende woorden om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby’s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteit, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en problemen met formuleren leiden. Grote fouten komen nog voor wanneer niet vertrouwde situaties of onderwerpen aan de orde zijn.
Luistervaardigheid
Kan directe feitelijke informatie verstaan over gewone alledaagse of werkgebonden onderwerpen, mits het gesproken woord helder wordt gearticuleerd in een vertrouwd accent. Kan de hoofdpunten verstaan van heldere spraak in standaardtaal over vertrouwde zaken die regelmatig aan de orde komen.
Leesvaardigheid
Kan met voldoende begrip directe feitelijke teksten lezen over onderwerpen die betrekking hebben op zijn of haar interessegebied.
Spreekvaardigheid
Kan met enig vertrouwen communiceren over vertrouwde alledaagse en niet-alledaagse zaken die betrekking hebben op zijn of haar belangstellings- en vakgebied. Kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over vertrouwde onderwerpen, uiting geven aan persoonlijke meningen en informatie uitwisselen over onderwerpen die vertrouwd zijn, van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, liefhebberijen/hobby’s, werk, reizen en actualiteiten).
Schrijfvaardigheid
Kan heldere samenhangende teksten schrijven over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen binnen zijn of haar interessegebied door een reeks kortere afzonderlijke elementen lineair met elkaar te verbinden.
Theorie: mondeling examen
Oefeningen: schriftelijk examen tijdens de examenperiode (grammatica, woordenschat, uitdrukkingen, schrijfopdracht, luistervaardigheid, afkortingen) en permanente evaluatie
2 oefentoetsen (eind december en eind maart)
De leerstof bestaat uit:
- Alle grammaticale oefeningen uit de les
- Alle woordenschat uit de teksten en oefeningen, en woordenschat die tijdens de les wordt gegeven.
- Uitdrukkingen (boek)
- Hoofdtijden en afkortingen (zie lijst PAZ)
- Luisterfragmenten
Streefniveau B1
Algemeen linguïstisch bereik
Beschikt over een voldoende breed scala van taal om onvoorspelbare situaties te beschrijven, met redelijke nauwkeurigheid de hoofdpunten van een idee of probleem uit te leggen en gedachten onder woorden te brengen over abstracte of culturele onderwerpen zoals muziek en films. Beschikt over genoeg taal om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby´s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteiten, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en soms zelfs tot problemen met formuleren leiden.
Grammatica
Communiceert redelijk correct in vertrouwde omstandigheden; vertoont over het algemeen een goede grammaticale beheersing maar met merkbare invloed vanuit de moedertaal. Fouten komen voor, maar het is altijd duidelijk wat hij of zij probeert uit te drukken. Maakt met een redelijke mate van nauwkeurigheid gebruik van een repertoire van veelgebruikte ‘routines’ en patronen die bekend zijn van meer voorspelbare situaties.
Woordenschat
Goede beheersing van elementaire woordenschat. Beschikt over voldoende woorden om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby’s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteit, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en problemen met formuleren leiden. Grote fouten komen nog voor wanneer niet vertrouwde situaties of onderwerpen aan de orde zijn.
Luistervaardigheid
Kan directe feitelijke informatie verstaan over gewone alledaagse of werkgebonden onderwerpen, mits het gesproken woord helder wordt gearticuleerd in een vertrouwd accent. Kan de hoofdpunten verstaan van heldere spraak in standaardtaal over vertrouwde zaken die regelmatig aan de orde komen.
Leesvaardigheid
Kan met voldoende begrip directe feitelijke teksten lezen over onderwerpen die betrekking hebben op zijn of haar interessegebied.
Spreekvaardigheid
Kan met enig vertrouwen communiceren over vertrouwde alledaagse en niet-alledaagse zaken die betrekking hebben op zijn of haar belangstellings- en vakgebied. Kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over vertrouwde onderwerpen, uiting geven aan persoonlijke meningen en informatie uitwisselen over onderwerpen die vertrouwd zijn, van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, liefhebberijen/hobby’s, werk, reizen en actualiteiten).
Schrijfvaardigheid
Kan heldere samenhangende teksten schrijven over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen binnen zijn of haar interessegebied door een reeks kortere afzonderlijke elementen lineair met elkaar te verbinden.