Etude synchronique du néerlandais I (GERM-B-120)
1. Algemeen
Academiejaar: 2013-2014
Studiepunten: 10 ECTS (theorie + oefeningen)
Lesuren: 12 (taalkunde) + 60 (taalbeheersing)
Onderwijstaal: Nederlands
Begincompetentie: A2 van het Europees Referentiekader
Streefniveau: B1
Periode: Wordt gedoceerd in het eerste en tweede semester
Docent: Prof. J. Jaspers (taalkunde) en L. Nicaise (taalbeheersing)

Academisch verantwoordelijke: Prof. J. Jaspers
2. Doelstellingen en inhoud
Het college is bedoeld voor eerstejaarsstudenten die het Nederlands grondig(er) willen leren kennen en beheersen.
Voorop in de cursus staan de grondige beheersing van de grammatica, de opbouw van een stevige basiswoordenschat en de kennismaking met authentiek materiaal. De verwerving van de grammaticale theorie gebeurt enerzijds in de vorm van zelfstudie en anderzijds in de vorm van werkcolleges. De grammaticale structuren worden intensief getraind met behulp van een reeks zelfstudieoefeningen en klassikale oefeningen en toegepast in schriftelijke en mondelinge taken.
Daarnaast is het aanleren van een stevige basiswoordenschat van groot belang. Vergelijk het leren van een taal met het bouwen van een huis, dan is de woordenschat de stapel bakstenen die je ter beschikking hebt en die je aan elkaar kunt metselen volgens de regeltjes van de grammatica. Je begrijpt dan meteen dat je zonder bakstenen en andere bouwmaterialen nergens komt. Een behoorlijke woordenschat is dus de onmisbare basis voor het beheersen van een taal. Als je verder kijkt dan de les lang is... dan begrijp je ook wel dat je woordjes niet leert voor die ene volgende toets, maar om een taal te leren beheersen; in dit geval om het Nederlands onder de knie te krijgen. Toegegeven, er bestaan misschien leukere dingen dan woordjes leren, maar als je het verwaarloost, dan kom je vroeg of laat in de problemen! Een relatief kleine investering van tijd en moeite kan daarentegen heel grote resultaten opleveren.
Ten slotte wordt ook voldoende tijd vrijgemaakt voor interactieve taken in het taallabo en mondelinge taalbeheersing door middel van discussies, opdrachten en spreekbeurten. Tijdens de cursus heb je veel gelegenheid om te spreken en voor specifieke contexten je woordenschat uit te breiden. De cursus is gericht op het geven van korte presentaties, discussies voeren, verklaren en beschrijven in zowel formele als informele situaties.


2. Streefniveau Ba1 (B1 referentiekader)
Algemeen linguïstisch bereik
Beschikt over een voldoende breed scala van taal om onvoorspelbare situaties te beschrijven, met redelijke nauwkeurigheid de hoofdpunten van een idee of probleem uit te leggen en gedachten onder woorden te brengen over abstracte of culturele onderwerpen zoals muziek en films. Beschikt over genoeg taal om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby´s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteiten, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en soms zelfs tot problemen met formuleren leiden.
Grammatica
Communiceert redelijk correct in vertrouwde omstandigheden; vertoont over het algemeen een goede grammaticale beheersing maar met merkbare invloed vanuit de moedertaal. Fouten komen voor, maar het is altijd duidelijk wat hij of zij probeert uit te drukken. Maakt met een redelijke mate van nauwkeurigheid gebruik van een repertoire van veelgebruikte ‘routines’ en patronen die bekend zijn van meer voorspelbare situaties.
Woordenschat
Goede beheersing van elementaire woordenschat. Beschikt over voldoende woorden om zich te redden, met een woordenschat die voldoende is om zich, met enige aarzeling en omhaal van woorden, te uiten over onderwerpen als familie, hobby’s en interessegebieden, werk, reizen en actualiteit, hoewel lexicale beperkingen tot herhaling van woorden en problemen met formuleren leiden. Grote fouten komen nog voor wanneer niet vertrouwde situaties of onderwerpen aan de orde zijn.
Luistervaardigheid
Kan directe feitelijke informatie verstaan over gewone alledaagse of werkgebonden onderwerpen, mits het gesproken woord helder wordt gearticuleerd in een vertrouwd accent. Kan de hoofdpunten verstaan van heldere spraak in standaardtaal over vertrouwde zaken die regelmatig aan de orde komen.
Leesvaardigheid
Kan met voldoende begrip directe feitelijke teksten lezen over onderwerpen die betrekking hebben op zijn of haar interessegebied.
Spreekvaardigheid
Kan met enig vertrouwen communiceren over vertrouwde alledaagse en niet-alledaagse zaken die betrekking hebben op zijn of haar belangstellings- en vakgebied. Kan onvoorbereid deelnemen aan een gesprek over vertrouwde onderwerpen, uiting geven aan persoonlijke meningen en informatie uitwisselen over onderwerpen die vertrouwd zijn, van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op het dagelijks leven (bijvoorbeeld familie, liefhebberijen/hobby’s, werk, reizen en actualiteiten).
Schrijfvaardigheid
Kan heldere samenhangende teksten schrijven over uiteenlopende vertrouwde onderwerpen binnen zijn of haar interessegebied door een reeks kortere afzonderlijke elementen lineair met elkaar te verbinden.


4. Studiemateriaal
Verplicht:
1. Handouts en slides docent (zie virtuele universiteit)
2. Néerlandais intermédiaire avancé. Expressions et proverbes, Hiligsmann/Theissen. De Boeck, Brussel, 2008. (ISBN 978-2-8401-5967-2)
Sterk aanbevolen:

1. Van Dale Grammatica Nederlands (NT2). Robertha Huitema. VBK Media, 2011. (ISBN 9789460770081)

2. THEMATISCHE WOORDENSCHAT NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN. Van Loo e.a. Intertaal, 2013. (ISBN 9789054516989)

5. Beschrijving leeractiviteit
1. Grammatica en woordenschat deels in zelfstudie (het cursusmateriaal is omgevormd tot een semi-zelfstudiepakket zodat bepaalde onderdelen van de stof zelfstandig kunnen worden doorlopen).
2. Lessen:
a) toelichting bij en uitbreiding van de grammaticale theorie
b) klassikale (schriftelijke en mondelinge) oefeningen
c) klassikale verbetering van de voorbereide grammaticale oefeningen
d) lectuur van een aantal teksten met opdrachten en oefeningen
e) discussies en debatten
f) twee tussentijdse oefentoetsen (december en maart) + feedback
g) opdrachten met authentiek materiaal in het taallabo
6. Evaluatievorm
Theorie: mondeling examen (meer uitleg krijg je van Prof. Jürgen Jaspers)
Oefeningen: schriftelijk examen tijdens de examenperiode (grammatica, woordenschat, uitdrukkingen, schrijfopdracht, luistervaardigheid, afkortingen) en permanente evaluatie
2 oefentoetsen (eind december en eind maart)
De leerstof bestaat uit:
- Alle grammaticale oefeningen uit de les
- Alle woordenschat uit de teksten en oefeningen, en woordenschat die tijdens de les wordt gegeven.
- Uitdrukkingen (boek)
- Hoofdtijden en afkortingen (zie lijst PAZ)
- Luisterfragmenten